In deze tijd vraag ik me vaak af hoe onze samenleving eruit zou zien als je geld even wegdenkt: Door corona zitten we in de situatie dat velen van ons thuis blijven. Want dat is het beste wat we kunnen doen. Maar dat geldt niet voor iedereen. De vitale functies moeten doorgaan, dus daar zijn de mensen volop aan het werk. Zorg, voedsel, drinkwater, noem maar op. Deze mensen zorgen dus voor degenen die thuis blijven. 

Waarom betekent de corona-crisis ook een economische crisis?

Als we in staat zouden zijn de samenwerking tussen mensen (en bedrijven) te organiseren zónder geld, dan zouden we precies hetzelfde doen als we nu doen. Een zo groot mogelijk deel zou thuis blijven en de rest zou zorgen voor de primaire behoeften van het geheel. Maar met één verschil: in de denkbeeldige wereld zonder geld zouden we geen economisch probleem hebben. We zouden slechts zien dat we ons gezamenlijke gedrag tijdelijk afstemmen op een nieuwe en heftige werkelijkheid. De reden dat we het in economische zin niet als een probleem zouden ervaren, is omdat de vitale functies gewoon doorgaan. Niemand zou economisch tekort komen. Mensen in de vitale functies doen hun werk en op die manier zorgen zij dat het voor de anderen mogelijk is thuis te blijven (want de thuisblijvers leveren daarmee hun beste bijdrage aan het geheel).

In de denkbeeldige wereld zonder geld zouden we dus precies hetzelfde doen als in de werkelijke wereld. Maar in onze werkelijke wereld is er wél als een economisch probleem. Hoe kan dat?

Het is goed te weten dat er in de historie van de mens hele economieën geweest zijn zonder geld. Tegenwoordig denken we vaak dat geld en economie vrijwel hetzelfde zijn, maar dat is niet zo. Economie wil zeggen dat mensen zich organiseren en samenwerken op zo’n manier dat in ieders behoeften wordt voorzien (als het goed is). Toen mensen in stammen woonden waar iedereen elkaar kende, waren dat ook al georganiseerde samenlevingen/ gemeenschappen. Vaak was geld daar niet nodig. Doordat de mensen elkaar kenden en elkaar aanspraken op hun verantwoordelijkheid, kon zo’n gemeenschap prima functioneren zonder geld. Geld werd vooral gebruikt voor het ruilen tússen stammen (want dan kende je elkaar minder goed).

Werkelijk sámen leven, we zijn het niet verleerd

Heel interessant is het dat we in deze corona-crisistijd veel voorbeelden zien van samenwerkingen waar geen geld aan te pas komt. Zoals taxichauffeurs die zorgpersoneel gratis vervoeren. En horeca-bedrijven die overgebleven voedsel weggeven. Onze instincten om werkelijk sámen te leven, doen het blijkbaar nog goed. Overal zien we voorbeelden dat geld zeker niet de enige drijfveer is die mensen ertoe beweegt wat voor elkaar te doen. Sterker nog, intrinsieke drijfveren zetten aan tot enorme creativiteit, innovatie en waardecreatie.

Desalniettemin is onze samenleving nog overwegend gebaseerd op geld. Geld is een ruilmiddel (althans dat zou het moeten zijn). Een middel om op grote schaal samen te kunnen werken. Maar doel en middel zijn verstrengeld geraakt. Geld werd steeds vaker een doel op zich. In uitvergrote vorm zien we dat terug in de enorme hoeveelheden geld die omgaan in de speculatieve markten. Daar is geld geen ruilmiddel meer, maar een speculatiemiddel. Een manier om met geld nog meer geld te verdienen.

Maar ook op kleinere schaal en dichtbij zien we dat geld vaak dominant is. Het is onze mindset gaan overheersen: we laten (of lieten) ons grotendeels leiden door geld. Dáár zit de verklaring waarom onze samenleving een economisch probleem heeft wanneer we tijdelijk – en met een duidelijke reden – afzien van horecabezoek etc. In onze mindset heeft de overtuiging postgevat dat als iemand geen geld verdient, hij of zij het dan ook niet verdient om in z’n behoeften te voorzien. Als dát het uitganspunt is van een samenleving, dan is het volkomen logisch dat mensen (en bedrijven) in paniek raken wanneer ze tijdelijk niet in staat zijn geld te verdienen. Wanneer dat op grote schaal gebeurt, zoals nu, dan mondt dat uit in een economische crisis. We voorzien dan een toekomst waarin heel veel mensen en bedrijven niet in staat zijn te verkrijgen wat ze nodig hebben om te functioneren. Met enorme consequenties zoals faillissementen, armoede, werkloosheid, leegstand, stress, polarisatie etc. Dat is opvallend, omdat we hierboven zagen dat als we geld buiten beschouwing laten, er voor niemand een tekort zou zijn. Nu niet en ook niet in de toekomst. In de ingebeelde samenleving zonder geld, zou de periode na de coronacrisis economisch heel soepel verlopen: iedereen zou gewoon weer opstarten en gebruik maken van elkaars diensten. De economie zou moeiteloos vanuit een tijdelijke ‘laagstand’ weer meer toeren gaan draaien (in de zin van meer economische uitwisseling tussen mensen en bedrijven). In economische zin zou er niets aan de hand zijn, behalve dat onze onderlinge uitwisselingen tijdelijk op een wat lager pitje hebben gestaan doordat veel mensen tijdens de corona-crisis inactief waren. Dat is niet erg, want in de periode van de verminderde economische bedrijvigheid was er tijdelijk ook geen behoefte aan uitgaansmogelijkheden etc.

Wat kan onze beschaving aan?

Kunnen we het zonder geld? Hoe mooi zou dat zijn! Maar ik weet niet of we als mensheid en beschaving daar al ver genoeg voor ontwikkeld zijn. Een stukje inspiratie kan wel helpen in de goede richting: inspiratie in de vorm van deze prachtige video, Charles Eisenstein, Sacred Economics.

Zolang een samenleving zonder geld niet haalbaar is, zullen we het mét geld moeten stellen. En daar zijn goede mogelijkheden voor. In een volgend blog zal ik ingaan op ‘circulair geld’ en wat dat is. Kort gezegd is circulair geld een ‘tussenvorm’; een veel dienstbaarder soort geld dan de euro. Een vorm van geld waarbij de onderlinge economische uitwisseling nog steeds in geld wordt uitgedrukt, maar waarbij het geld echt een ruilmiddel is. Zonder rente, speculatie en groeidwang. Zonder commerciële banken die het geld creëren en die aandeelhouderswinst willen behalen met het gecreëerde geld. En ook zonder speculatieve markten die dreigen om te vallen zodra de economie het om welke reden dan ook even wat rustiger aandoet.

Circulair geld is geld ván de gemeenschap, dienstbaar áán de gemeenschap.

Arm door geld

Wat we uit bovenstaande kunnen leren, is dat het ‘gewone’ geld het als ruilmiddel (of smeermiddel) lang niet altijd zo goed doet als we denken. STRO heeft ooit een boekje geschreven met de titel ‘Arm door geld’. Dat is precies wat er in onze euro-economie ten tijde van een economische crisis gebeurt: mensen leven in armoede, bedrijven gaan failliet, en dat is niet te wijten aan een reëel tekort, maar uitsluitend aan een tekort aan circulerend geld in de samenleving. Door het tekort aan circulerend geld hapert de economische uitwisseling tussen mensen en bedrijven en dat heeft hele echte en pijnlijke gevolgen. Zoals armoede en daling van welvaart en welzijn.

We hebben geen geld nodig, we hebben elkaar nodig

Kort gezegd: geld vervult een belangrijke functie in onze vergaand georganiseerde en wereldwijd verbonden economie en samenleving. Maar geld doet dat helaas lang niet altijd optimaal. Zo’n periode zit er nu ook weer aan te komen. Hopelijk trekken we (blijvend) lessen uit de corona-crisis en realiseren we ons dat we in essentie niets anders nodig hebben dan elkaar (en de natuur) om een waardevol, rijk en vervullend leven te leiden. Het kan zeker handig zijn om (onder andere) het middel geld daarvoor in te zetten, maar dan moet dat geld wel dienend zijn aan de samenleving (en niet omgekeerd).

Nu de oude systemen afbrokkelen en we veel nieuwe maatregelen genomen zien worden met geld, is het tijd stil te staan bij wat voor wereld we willen. Mensen van onderop hebben de kracht zich te verbinden en systemen te veranderen. Het is van belang ons te (blijven) realiseren waar het leven werkelijk om gaat. En dat geld daar dienstbaar aan hoort te zijn. Dienstbaar aan een toekomst waarin we echt sámen leven, met elkaar en met de natuur.

Heidi Leenaarts,  initiatiefnemer en directeur van coöperatie United Economy en bestuurslid bij coöperatie Circulair Geld Nederland