geldcircuits2

Naar een werkelijk gezonde economie … die (alleen) van onderop kan ontstaan

Dit is een artikel vol met hoop en kracht, al lijkt dat in het begin misschien niet zo. Het gaat in op de werking van economie en geld. Niet iedereen houdt ervan daarover te lezen. Toch raakt het ons dagelijks leven enorm. Zelfs ons innerlijk leven. Volgens mij is het daarom een goed idee het toch te lezen. Je kunt eventueel het middelste blok overslaan, onder het tweede kopje.

Op hol geslagen economie 

Het slechte economische nieuws vliegt ons om de oren. Zoals vorige week: een verwachte stijging van voedselprijzen met 30% tot 50%. Ondertussen was er de vrijdag ervoor een financiële top van met name centrale bankiers wiens taak het is dit alles weer in betere banen te leiden. Een belangrijke aankondiging daar was dat de rente verhoogd zal worden om zo de inflatie te beteugelen. De inflatie beteugelen is hard nodig, maar tegelijk is bekend dat het verhogen van de rente ook heel vervelende gevolgen zal hebben. Onder andere leidt het (in combinatie met andere factoren) vrijwel zeker tot een economische recessie.

Wat valt hier te zien als we vanaf een hoger niveau ernaar kijken? Hoe kunnen wij, gewone mensen, zorgen voor iets dat beter werkt dan de huidige op hol geslagen economie? In hoeverre hangt dit alles samen met de andere grote uitdagingen van deze tijd, zoals klimaatverandering, grote verschillen in welvaart en het groeiend aantal mensen met burn-out, depressie en permanente zorgen? 

Kijkend vanaf een hoger niveau

De financieel-economische crisis die in 2008 toesloeg, is in feite nooit overgegaan. We hebben deze alleen voor ons uitgeschoven en nu dreigt het alsnog – met onvoorstelbare kracht – over ons heen te spoelen. In 2008 hebben overheden en centrale bankiers het besluit genomen om op grote schaal quantitative easing toe te passen. Een moeilijke term, waar ook een makkelijke voor bestaat, namelijk: nieuw geld creëren. Want dat is in feite wat quantitative easing inhoudt: centrale banken kopen waardepapieren (zoals staatsobligaties) op met geld dat speciaal voor dat doel gecreëerd wordt. 

Ingrijpen was nodig, want in 2008 stond de wereldwijde samenleving er financieel-economisch heel slecht voor. (Ook dat was trouwens niet van het ene op het andere moment ontstaan, maar had zich in decennia ervoor opgestapeld). Het inzetten van quantitative easing ofwel geldverruiming was op de korte termijn een effectieve maatregel, want het bracht per direct de financiële markten tot rust. Dat was nodig want de financiële markten waren buitengewoon gestrest (met als directe aanleiding de val van Lehman Brothers) en als die stress niet werd opgelost dan zou dat vermoedelijk al in diezelfde week leiden tot grote chaos in de wereldwijde economie. Wellicht zelfs het (groten)deels stilvallen van de economie. Met onvoorstelbare destructieve gevolgen voor mensen wereldwijd. 

De noodzaak is dus helder waarom in 2008 begonnen is met quantitative easing. Het hield de financiële markten rustig en tevreden, want door de voortdurende instroom van geld bleven de koersen stijgen. Maar het was toen al bekend dat er ook nadelen aan zitten. Simpel gezegd: als je te veel geld creëert gaat het zich sowieso ergens ophopen. En net als met het bloed in ons lichaam is het altijd ongezond als er een ophoping ontstaat: het vormt een enorm risico want het geeft spanning en een keer zal het knappen. 

In concrete zin merkten we die ophopingen van geld in de afgelopen 14 jaar aan de steeds maar stijgende beurskoersen en de steeds maar stijgende huizenprijzen. Het nieuwe geld werd namelijk op zo’n manier gecreëerd dat het direct de financiële markten in stroomde. Dat wil zeggen: daar waar mensen, bedrijven en instanties met elkaar handelen in financiële producten zoals aandelen, opties en derivaten. Vanuit de financiële markten stroomt het geld gemakkelijk door naar vastgoed, maar veel minder naar alledaagse levensbehoeften. Het nieuw gecreëerde geld kwam dus niet of nauwelijks in díe economie terecht waar producten en diensten verhandeld worden: de reële economie. Dat is de verklaring waarom er, ondanks de steeds verdere toename van de geldhoeveelheid, geen hoge inflatie was tot medio 2021. 

Medio 2021 veranderde dat. Want de coronacrisis was vanaf voorjaar 2020 aanleiding om nog meer geld te gaan creëren. Dát geld ging deels wel rechtstreeks de reële economie in. Het ging onder andere naar mensen en bedrijven die door de pandemie ernstig in inkomen omlaag gingen. Toen de wereld weer meer openging, ging dit geld wel degelijk uitgegeven worden aan alledaagse producten en diensten. En dus werden vanaf medio 2021 de eerste duidelijke tekenen van oplopende inflatie zichtbaar. In oktober 2021 was de inflatie 3,4% en in januari 2022 al 6,4%. Daar kwam vervolgens de oorlog tussen Rusland en Oekraïne (en samenhangende tekorten aan gas) overheen. De inflatie liep verder op tot 12% in augustus 2022. 

Zo komen we op het punt waar de nu zijn: de centrale bankiers kondigen pijnlijke maatregelen aan en het besef dringt door dat het economisch heel moeilijk gaat worden. 

Wat valt op door vanaf een hoger niveau te kijken? Twee dingen:

  1. De problemen zijn niet nu ontstaan, maar achtervolgen ons al een hele tijd en zijn fundamenteel van aard.
  2. Het creëren van steeds meer geld biedt op de korte termijn soelaas, maar maakt op de (iets) langere termijn de problemen alleen maar groter. 

Dat laatste moeten we nog wat nader bekijken. Het zou een logische gedachte zijn – nu de inflatie zo oploopt (om over de oplopende huizenprijzen maar niet te spreken) – dat er per direct gestopt wordt met het in omloop brengen van nóg meer geld. Toch is dat niet het geval. De ECB gaat het corona gerelateerde opkoopprogramma weliswaar geleidelijk afbouwen, maar neemt daar de tijd voor tot maart 2024[1]. En de afgelopen 14 jaar hebben laten zien dat er steeds een nieuwe reden is om weer een quantitative easing-programma op te starten. Dat zal de komende tijd vast niet anders worden. 

Is dat een teken van slecht beleid? In mijn ogen is het een teken van iets anders. De centrale banken hebben de verantwoordelijkheid om te zorgen voor rust op de markten en het op peil houden van het vertrouwen in de munt. In mijn ogen is het niet dat zij dat goed of slecht doen, maar is het een onmogelijke opgave. De problemen die al ruim voor 2008 begonnen zijn, zijn te groot en te ernstig om op te lossen. Sterker nog: de fouten zitten diep in het fundament van het financiële systeem. Je kunt ze niet oplossen door maatregelen aan de oppervlakte. Meer daarover kun je lezen in mijn boek[2]

Quantitative easing kun je vergelijken met een infuus. Onze wereldwijde economie ligt aan dat infuus. Als de centrale bankiers de artsen zijn die met verstand van zaken en goede bedoelingen proberen de beste beslissingen te nemen, dan nog is het onmogelijk om het goed te doen. Want het infuus creëert allerlei complicaties die erger en erger worden, maar zonder het infuus overlijdt de patiënt. Geen wonder dat de artsen het niet eens worden. Geen wonder dat de artsen het nooit goed kunnen doen. 

Wat we in feite te doen hebben, is onder ogen zien dat de patiënt hoe dan ook gáát overlijden. En er over nadenken hoe wij dan verder willen gaan. 

Hierboven las je een flink stuk achtergrond over wat er echt aan de hand is met onze economie. Die achtergrond is de aanloop om in de rest van dit artikel in te gaan op waar juist hoop en kracht te vinden is. Want hoop en kracht kunnen alleen goed gedijen op de stevige bodem die ontstaat door de realiteit onder ogen te zien. 

Wat kunnen ‘gewone’ mensen doen voor een gezonde, goed werkende economie en samenleving? 

Het is voor mij overduidelijk dat mensen, samen met mkb-bedrijven, aan zet zijn om zélf samen de economie te veranderen. Dat is al aan de gang. Er is al een groeiende beweging naar een nieuwe economie, bestaande uit allerlei mensen en bedrijven die zich inzetten voor een waardevolle toekomst. Het gaat er nu om deze nieuwe economie verder uit te bouwen én in te richten met een nieuw soort geld, op zo’n manier dat de nieuwe economie het leven optimaal dient. Dus niet wachten tot de overheid of welke instantie dan ook dat voor ons doet. Het zelf doen. Samen. 

Maar waarom een nieuw soort geld in het leven roepen? Is het niet slimmer het huidige geldsysteem weer gezond te maken? Als antwoord op die vraag kan de volgende vergelijking helpen. Stel je ons wereldwijde geldsysteem voor als een enorme flat waar (vrijwel) alle mensen van de wereld in wonen. We zijn met z’n allen voor onze levensbehoeften afhankelijk van dat ene systeem. Maar de flat begint scheuren en barsten te vertonen. Die worden snel weer gedicht, maar er ontstaan nieuwe scheuren en barsten … steeds talrijker en steeds dieper. Door te kijken waar de scheuren en barsten vandaan komen, wordt duidelijk dat het probleem in de fundering zit[3]. De fundering is op de verkeerde manier gebouwd en elke poging deze te repareren zou betekenen dat de flat instort. 

De grote hoeveelheden geld die sinds 2008 (en ook daarvoor al) in de economie gepompt moesten worden om deze overeind te houden, maken duidelijk dat het huidige systeem niet meer gezond te maken is. Onmogelijk.

Maar wat dan te doen voor (en met) al die mensen die samen in die ene flat wonen? Hun enige kans is om, terwijl ze nog wonen in de grote flat, ondertussen te bouwen aan iets nieuws. Iets waar de mensen werkelijk blij van worden, vertrouwen in hebben, zichzelf weer in herkennen. Niet een nieuwe, grote flat, maar een heel dorp van kleinere gebouwen die met elkaar verbonden zijn, zodat er in de toekomst veel meer veerkracht is dan met z’n allen van die ene flat afhankelijk te zijn. 

Kan dat? Is het mogelijk een nieuw geldsysteem te bouwen? En daarmee gelijk de kans te benutten om de inrichting en werking van onze economie en samenleving compleet te vernieuwen en af te stemmen op wat nu essentieel is? Het grote geluk is dat geld eigenlijk best een simpel concept is. Het is door mensen uitgevonden en gemaakt. Het kan ook door mensen opníeuw uitgevonden en gemaakt worden. Natuurlijk door de leerervaringen uit het verleden mee te nemen en niet in dezelfde valkuilen te stappen. En natuurlijk ook door te kijken naar waar onze samenleving nu staat, inclusief de uitdagingen die op ons af komen, en vervolgens goede keuzes te maken wat voor soort geld ons dáár het beste bij van pas komt. Dat dient sowieso een geldsysteem te zijn dat níet leidt tot oneindige groeidwang zoals dat nu het geval is (als gevolg van de combinatie van rente en speculatie). En dat kan best. Sterker nog, in het verleden zijn er vele voorbeelden geweest van geldsystemen zonder rente en deze bleven vaak eeuwenlang stabiel. 

Misschien vraag je je af: maar is dat wel haalbaar? Nou, óf het gaat lukken – goed genoeg en snel genoeg – daarvoor zijn er geen garanties. Wel weet ik dat het ontzettend gaaf zal zijn om te doen, want wat een energie, verbinding en creativiteit zal er vrijkomen als steeds meer mensen en bedrijven zich aansluiten bij een economie waar echte waarden op één staan! En bovendien: met de slechte fundering van de grote flat in gedachten zul je begrijpen dat het het enige realistische is wat we kúnnen doen. (Of hopen dat de overheid en financiële instanties het voor ons oplossen, dat kan ook, maar veel beter is het om dit unieke moment in de geschiedenis aan te grijpen om het van onderop opnieuw op te bouwen.) 

Een andere logische vraag is hóe we dit voor elkaar gaan krijgen. Hoe gaan we zorgen dat we onze eigen economie zo inrichten dat het werkelijk goed is voor ons allemaal en dat dat ook op lange termijn zo blijft? Hoe zorgen we dat duurzame en sociale waarden op de korte en lange termijn optimaal geborgd zijn? Eerlijk gezegd, vanwege die vraag heb ik me lange tijd onzeker gevoeld om me werkelijk uit te spreken over dit onderwerp. Ik durfde niet, al wist ik dat dit de enige realistische weg is. Want hoe we dit precies voor elkaar gaan krijgen: Ik weet het niet. Toch spreek ik me nu wél uit. Dat komt door een inzicht dat ik onlangs kreeg en dat me veel vertrouwen geeft: Sámen weten we het; daar ben ik zeker van. 

We zijn al begonnen!

Toen ik me kort na 2008 ging verdiepen in wat er echt aan de hand is met onze economie en het geldsysteem, werd het me duidelijk dat het tijd is voor actie. En ik was niet de enige. Samen zijn we aan de slag gegaan en inmiddels kunnen we zeker wel zeggen dat de eerste huisjes (lees: onderlinge economieën met een eigen munt) bestaan en deels al bewoond worden. In Nederland, maar ook in heel veel andere landen. Voorbeelden zijn onder andere United Economy, Utrechtse Euro, VIX, Zeister Knoop en Arnhems Hert (allemaal onderling verbonden). Ook Florijn en DAM zijn ‘huizen’ die in het Nederlandse landschap al bestaan. Alles bij elkaar gaat er circa een miljoen per jaar in om[4]. De één vindt dat veel, de ander weinig. Ik zie het vooral als een begin voor nog veel meer. Want nu is het zaak het verder uit te bouwen. Met veel dagelijks in te kopen producten en diensten aan boord, zoals duurzame energie, voedsel en facilitaire inkopen, staan we goed in de startblokken.

Deze werkende praktijkvoorbeelden laten zien dat het wel degelijk mogelijk is om een nieuwe vorm van geld te introduceren. Daarbij spelen allerlei ontwerpkeuzes (currency-design) een rol. Met die ontwerpkeuzes kun je veel kanten op. Niet alleen gaat dat om de regels van het geld, maar ook om andere economische afspraken die we met elkaar maken, zoals maatregelen om duurzame productie en consumptie extra aantrekkelijk te maken etc. Het mooie van het samen in het leven roepen van een nieuwe vorm van geld, is dat er daarmee vanzelf een herkenbare onderlinge economie ontstaat. Het is namelijk glashelder wat de afbakening is van deze eigen nieuwe economie, want dat gaat om iedereen die een rekening heeft geopend op de onderlinge betaalomgeving van dit nieuwe soort geld. Doordat we op die manier een eigen economie tot onze beschikking hebben (met als deelnemers precies die mensen en bedrijven die echt voor een duurzame en rechtvaardige toekomst gaan), kunnen we ook zelf bepalen hóe we deze economie inrichten. Anders gezegd: in de wereldwijde economie hebben we ons als mensen overgeleverd aan een systeem dat grotendeels vóór ons bepaalt hoe te werken, hoe te leven, hoe te ondernemen en hoe met elkaar om te gaan. In onze eigen economie draaien we dat weer om. Maken we het weer gezond. Dan bepalen wíj wat voor soort economie we willen. Dan komen waarden weer op de eerste plaats te staan: het begint bij wat wij werkelijk belangrijk vinden en we richten de economie zo in dat deze ons daarin ondersteunt en stimuleert. Zo kunnen we bijvoorbeeld kiezen dat het verschil in welvaartsverdeling niet heel groot mag zijn. En dat er maatregelen bestaan die een stimulans vormen voor duurzaam produceren, consumeren en werken. 

Misschien vraag je je af of we er erg in welvaart op achteruit gaan als we werkelijk duurzaam en in balans willen leven. Ik vraag me dat ook vaak af. Het helpt om er van een hoger niveau naar te kijken. Uiteraard is bekend dat we nu een veel te groot beroep doen op aardse hulpbronnen en de veerkracht van het wereldwijde ecosysteem. Wat ook bekend is, is dat de aarde in wezen genoeg te bieden heeft om wereldwijd alle mensen een prima leven te laten leven. Maar dan moeten we wel goed omgaan met de aardse hulpbronnen én zorgen voor een eerlijke verdeling. En dat zijn nou precies de twee dingen die in de huidige economie niet lukken. 

De keuze voor het opnieuw opbouwen van de economie is dus een keuze om fantastische dingen te gaan doen met de overvloed die er is. En wel op zo’n manier dat de veerkracht van het ecosysteem zich kan herstellen, zodat ook op lange termijn de mensen (en al het leven) waardig kunnen leven. 

Durven dromen is een voorwaarde

De nieuwe economie is een belofte. Niet de belofte dat klimaatverandering ons niet zal raken. Ook niet de belofte dat verandering geen pijn zal doen. Maar wel de belofte dat het klopt wat steeds meer mensen intuïtief aanvoelen: dat de wereld anders kan! Eerlijker, duurzamer, gelukkiger, creatiever, verbondener, bewuster, natuurlijker, wijzer, liefdevoller. Als we ervoor durven kiezen en de handen in een slaan, komt dit ideaal dichterbij. En net als bij alle grootse plannen gaat het er niet om het doel persé te bereiken. Het gaat erom op weg te zijn en het doel steeds verder te naderen. 

Een op echte waarden gebaseerde nieuwe economie bouwen, vraagt om te beginnen om durven dromen. Durven dromen wat voor samenleving we zouden willen. Want zoals Merlijn Twaalfhoven het zegt: “Alles wordt twee keer gecreëerd: eerst in de verbeelding en daarna in de werkelijkheid”. Alleen als we durven dromen dat we zelf de economie kunnen inrichten zoals wij dat willen – en deze dromen ook naar elkaar uitspreken en aan de slag gaan – kan dit ook echt ontstaan.  

We hebben veel te winnen

Onze huidige economie, dat voel je vast wel aan, leidt ertoe dat de welvaartsongelijkheid (lokaal en wereldwijd) steeds groter wordt, we het ecosysteem waar we als mensheid volkomen van afhankelijk zijn kapot maken, mensen steeds vaker tegenover elkaar komen te staan en steeds meer mensen zich niet langer thuis voelen in de maatschappij. Dat zijn een paar belangrijke, maar niet de enige, ingrijpende gevolgen van het huidige functioneren van economie en geld. Veel mensen voelen wellicht ook wel aan dat de uitdagingen en problemen van onze tijd niet op zichzelf staan, maar elkaar versterken. Dat de urgentie om werkelijk van koers te veranderen steeds verder toeneemt. Het kan! We hoeven ons alleen te realiseren dat het aan ons is om de bestaande systemen en structuren te veranderen. Het bewustzijn daarover groeit in rap tempo. Dat betekent dat – hoewel hetgeen ik hier zeg op dit moment waarschijnlijk voor veel mensen nog utopisch klinkt – de tijd snel dichterbij komt dat mensen zich realiseren dat we maar één echte kans hebben: opnieuw beginnen. Elkaar weer opzoeken en het samen doen. Veel bewuster in het leven staan, wijs geworden door wat we ervaren hebben in de economie waar we tot nu toe in geleefd hebben.

Want we leven niet alleen in een tijd waarin vele vormen van crises zich opstapelen. We leven óók in een tijd dat mensen steeds bewuster worden. Mensen realiseren zich steeds meer dat de binnenwereld bepalend is voor wat er in de buitenwereld gebeurt. Het besef groeit van onze eenheid met de natuur. We zijn steeds meer doordrongen van onze verbinding met elkaar en al wat leeft. We begrijpen het grote belang van samenwerken en samen de vrede bewaren, omdat er anders alleen maar verliezers zijn. We ontdekken de kracht van eerlijk en transparant zijn, ook als dat moeilijk is, omdat alleen waarheid een stabiele basis biedt. We voelen aan dat werkelijk gelukkig leven alleen kan als we in verbinding zijn met wat ons omringt. 

Wat kunnen we nu doen? 

Er is dus al een nieuwe economie in opbouw waar belangrijke waarden van het leven op de eerste plaats staan: steeds meer bedrijven, organisaties en initiatieven maken de ommezwaai en kiezen voor meervoudige waardecreatie. Er bestaan al onderling verbonden betaalomgevingen met de potentie het geheel van deze nieuwe economie van een gezonde geldstroom te voorzien. We maken natuurlijk pas echt impact wanneer steeds meer mensen en bedrijven mee gaan doen. Daarom werken we er momenteel hard aan om meedoen aan deze onderlinge betaalomgeving nog veel laagdrempeliger en interessanter te maken. Maar je hoeft daar niet op te wachten; je kunt je nu al aanmelden via circuitnederland.nl

Maar misschien wil je meer? Want het gaat juist om de verbinding met elkaar, om het samen durven dromen. Ik heb daarom een voorstel: als je over dit onderwerp door wilt praten, voelen en beleven, laat dan een reactie achter op dit artikel. Dan organiseren we iets moois!

Zo simpel kan het zijn om de eerste stap te zetten. De eerste stap naar de wereld die mogelijk is!


[1] https://www.ecb.europa.eu/press/pr/date/2022/html/ecb.pr220324~8b7f2ff5ea.en.html

[2] In mijn boek ‘Onze economie opnieuw uitvinden’ laat ik aan de hand van een rekenvoorbeeld zien hoe de combinatie van rente en speculatie per definitie zorgt voor permanente instabiliteit en de noodzaak tot oneindige (uiteindelijk niet vol te houden) financiële groei van de economie. (Gratis te downloaden)

[3] Zie ook hiervoor het bij voetnoot 2 genoemde boek.

[4] De rekeneenheid is (tot nu toe) gelijk aan de euro. 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.